nine oaks
     
 
 
 
 
BUREAU
NIEUWS
CONTACT
PUBLICATIES
PROJECTEN
         
         
         
           
                     
                     
                     
                   
 

 

  ANALOGE RUIMTES  

Het witste wit
Christophe van Gerrewey

In 1961 maakte de Franse kunstenaar Yves Klein het werk ‘Le Vide’, in een kleine kamer in Museum Haus Lange in Duitsland. Deze ruimte was om verschillende redenen uitzonderlijk. Het ging om een kamer zonder ramen, in het middengedeelte van een huis, in 1930 gebouwd door Mies van der Rohe, waarin de bewoners oorspronkelijk een orgel hadden geplaatst. Klein schilderde de kamer helemaal wit, in scherp contrast met de andere tentoonstellingsruimtes waarin hij zijn levendige en kleurige werken toonde. Wie ‘Le Vide’ betrad, was noodgedwongen alleen (of hoogstens met twee), en werd al snel op een duizelingwekkende manier omhuld door ‘het witste wit’ – een effect dat werd versterkt door de neonlamp aan het plafond en door een granulaat in de verf, zodat de muren en de hoeken oplosten in een schijnbaar trillend veld van pixels.
            De tekst ‘Een huis van huizen’, die tot stand kwam op basis van een correspondentie tussen Klaske Havik en Maria Barnas, lijkt naar de witte leegte van Klein te evolueren. Dat blijkt in één oogopslag uit de grafische bijdrage van architect Gert Anninga – gipsen modellen waarin telkens een fotografisch beeld verwerkt zit. In de foto’s heerst altijd een onderscheid tussen de architecturale materie – muren, vloeren, kaders, trappen, roosters – en de rest van de wereld, die zich grillig, wazig, in een momentopname, manifesteert aan de hand van schaduwen, zonlicht, een ornament of een uitzicht. Alleen de laatste foto, bij het laatste hoofdstukje getiteld ‘Luiken’, is anders: misschien is het nog steeds de buitenwereld die, in de vorm van de hemel, voor het egale wit zorgt (aan de linkerkant). Toch is ‘Le Vide’ van Klein nog maar een paar kleurschakeringen verwijderd.
            De totale leegte, het witste wit, de absolute ruimte, het niets – hoe gevaarlijk is het om deze plek, waarin alle onderscheid is verdwenen, op te zoeken, laat staan te bereiken? Zijn alle tegenstellingen er opgeheven? Worden we er niet meer ‘aangeraakt door gedachten’, zoals Celan het omschreef? En zo ja, hoe kunnen we deze plek dan denken of in taal omschrijven? Is er nog taal mogelijk in het witste wit? Of verdwijnt de taal (letterlijk) uit de teksten van Havik en Barnas, zoals de ruimte uit de foto’s van Anninga verdwijnt? Het is opmerkelijk hoe vaak beide schrijfsters naar de kindertijd terugkeren (of naar nog vroeger) – ook al wordt het verleden niet geïdealiseerd, toch ontstaat het vermoeden dat het wit ooit, op een moment, is beginnen wijken, en dat het dus ook weer zal terugkeren, en ruimte en taal weer met zich zal meenemen. ‘The cradle rocks above an abyss, and common sense tells us that our existence is but a brief crack of light between two eternities of darkness’, zegt Nabokov in Speak, Memory. Misschien is net het omgekeerde waar: we worden door licht opgevolgd en voorafgegaan, en het leven bestaat slechts uit gradaties van grijs die het witste wit nooit helemaal kunnen verontreinigen.

EEN HUIS VAN HUIZEN

Klaske Havik en Maria Barnas correspondeerden in korte fragmenten en verhalen, in een poging een nieuwe ruimte te doen ontstaan. 'Een huis van huizen' is een weerslag van deze uitwisseling. Gert Anninga goot zijn associatieve ruimtelijke reacties op de tekstfragmenten in gips en verwerkte in die modellen weer een fotografisch beeld.

 

 

 

DWB.BE >> Link

Link naar pdf >>

     
    2012 | Amsterdam | ruimteijke modellen voor DWB | Maria Barnas, Klaske Havik & Gert Anninga